Muntgebouw
Hollandse Neorenaissance
De gevels aan de Leidseweg en langs het Merwedekanaal zijn toonaangevend voor de indruk van het gebouw. Deze bouwstijl wordt aangeduid als Hollandse Neorenaissance; een stijl die eind 19e eeuw populair was en die teruggrijpt naar de architectuur van de Gouden Eeuw in Nederland. Deze stijl kenmerkt zich door het gebruik van trap- en topgevels en klassieke details als zuilen en obelisken. De geveltableaus verwijzen vaak naar historische gebeurtenissen en personen.
Voorzijde
De hoofdingang trekt de meeste aandacht. De schachten van
de pilasters zijn rijk versierd met beeldhouwwerk. De figuren onderaan dragen mandjes met geld, een verwijzing naar de bestemming van het pand. Daarboven staan de wapens van het Nederlandse Rijk en de Oost-Indische Compagnie. In goudkleurige letters staat boven de deur: “Het geld hier uit metaal verkregen zij nooit ten vloek doch steeds ten zegen”.
Elk uiteinde van de voorkant heeft een aparte zij-ingang die eenvoudiger is uitgevoerd. De rechteringang was de ingang voor de muntmeester. De schachten van de zuilen bij deze ingang zijn voorzien van de wapens van de elf provincies en het wapen van het Rijk. Op meerdere plaatsen zijn leeuwenkoppen afgebeeld. De linkeringang, die voor het personeel was, is zeer simpel gehouden. Zuilen en bijbehorende decoraties blijven hier achterwege.
Op de hoek aan de rechterzijde is een toren geplaatst. Het dak van de toren bestaat
uit een met leien bedekte koepel met een gedraaid smeedijzeren puntstuk met een koperen windvaan. Deze windvaan is ontworpen door Rijksbouwmeester Peters en stelt een gouden rijder op een munt voor.
Zijgevels
De gevels van de linker- en rechtervleugel lijken sterk op elkaar. Hierbij valt direct op, dat je kan zien waar zich het productiegedeelte bevindt. Dat gedeelte heeft namelijk geen bovenverdieping. Voor alle ramen van de fabriek is hekwerk aangebracht.